DeHalo
De Marathon (1): rondje Waterland
Zoals iedere beginnende hardloper droomde ik jaren geleden over de marathon, maar dat werd al gauw de kop ingedrukt door trainers die met een terechtwijzende vinger in de lucht beweerden dat men zich daar op jongere leeftijd niet aan moet wagen: "Ga eerst maar een snelle achthonderd meter lopen, de marathon kan altijd nog!"
Ondertussen heb ik al duizenden rondjes over atletiekbanen gerend, in rondetijden tussen vierentachtig en achtenvijftig seconden. Iets wat ik wist te doorstaan omdat de duintrainingen, wedstrijden, lange duurlopen en niet te vergeten de gezelligheid opwogen tegen het lopen van die talloze, geestdodende rondjes. Altijd dezelfde kant uit. Slechts een avond, toen de atletiekbaan verder leeg was omdat het stortregende, hebben we in een ondeugende bui de rondjes de verkeerde kant uit gelopen.
Dit is wat ik de eerste 20 minuten van mijn lange duurloop overdenk, om de gedachten af te leiden van het asfalt en het drukke verkeer in Amsterdam Oost. Dan ga ik de Schellingwouderbrug over en vervolg de duurloop over de dijk bij Durgerdam, het eerste dorpje van vandaag. In een gestaag tempo met de wind in mijn rug vervolg ik de dijk, langs het IJsselmeer. De kleine zon is juist herboren, probeert op te klimmen maar redt het bij lange na nog niet; het is pas januari. Ondanks de wind is het een heerlijke dag: een blauwe lucht met witte en grijzen wolken in de verte. Ganzen en zwanen bevolken Waterland, dat haar naam eer aan doet met vanaf de dijk een prachtig uitzicht over meren en weiden deels bedekt door een spiegelend wateroppervlak na de regenval van deze uitzonderlijk zachte maar natte winter.
Vlak boven mij hoor ik gewiek van vleugels en als een schaduw over mij valt grijp ik in een reflex met beide handen naar boven en voor ik het weet zweef ik aan de poten van een zwaan over de dijk. Na een minuut te hebben genoten van een prachtig uitzicht vanuit de lucht laat ik los en beland ik met een zachte plof in de berm van de weg over de dijk tussen het IJsselmeer en het Kinselmeer. Dan vervolg ik mijn weg naar links, over de Goudriaanroute richting Holysloot, een dorpje aan een de Holysloter Die, dat bij fietsers bekend is om haar pontje. Maar voor ik het dorpje bereik sla ik af naar links. Onmiddellijk word ik bestraft door een gewelddadige windstoot uit het zuiden. Alsof ik wakker word uit een droom kijk ik om me heen: de wolken die zojuist nog de blauwe hemel franje verleenden hebben zich samengepakt en zijn bezig de zon te verdringen, die nog een laatste, armoedige straal op Waterland werpt. Het landschap heeft een grauwe kleur, het donkergroen van de weiden wordt slechts onderbroken door linten van sloten die de asgrijze hemel weerspiegelen. Enkele bomen staan als skeletten langs de kant, herinnerend aan de dood en vergankelijkheid. Hoewel de stompe toren van Ransdorp niet ver is, lijkt het alsof ik maar niet dichterbij kom tegen deze verschrikkelijke wind in. In de verte staan hijskranen als markers van de grote stad. Vergis ik me of valt er een om?
Ik besluit me te haasten om niet te worden verrast door een hagelbui, dat zou er nog eens bij moeten komen! Terwijl ik meelijdend toekijk hoe een schaap verdrinkt in een slootje word ik opgeschrikt door een schreeuw vlak achter me. Een wielrenner met een kwaadaardige snor haalt me in, scheldt me uit voor verrotte vis maar dan lach ik hem uit om zijn bokkenpoten. Op zijn rug staat "slagerij Mephistopheles, voor al uw vlees". Dan luidt er een ongelooflijke donderslag, en ineens is de zon uitgedoofd.
In het pikdonker word ik wakker op een bankje aan het IJ. Mijn digitale horloge wijst op mijn geboortedag. Vol ongeloof zet ik 'm goed, strik ik mijn veters en stap op het pont richting het centraal station, om het laatste stukje rustig uit te lopen naar huis. Ik laat me niet uit het veld slaan en besluit dat zulke trainingen een goede voorbereiding zijn voor de marathon.