Dagdromen tijdens een duurloop
Woordje van Aquila lid, NSK-Weg deelnemer en oud voorzitter
Het is maandagochtend. Ik jaag tegen de wind in over een dijkje van de
Hollandse polders. De wind heeft hier vrij spel, duwt een enkel
zeilbootje vooruit en bezorgt mij `het gevoel'. Het gevoel over een
gezond lichaam te beschikken, waarvan je alles kunt vragen, het gevoel
van ultiem leven.
Sinds een paar weken ben ik terug van een maandenlang verblijf in
Nepal. Nepal is een sprookjesachtig koninkrijk aan de zuidkant van de
Himalaya. Het wordt beheerst door een antidemocratische koning die
door veel mensen wordt gezien als moordenaar van zijn eigen
familie. Daarnaast hebben de Maoisten een groot deel van het land in
handen. Hoewel, ook zij hebben geen echte macht. Misschien dat de
Hindu-goden er nog de meeste macht hebben?
Tijdens mijn
duurloopje langs de polders denk ik terug aan dat prachtige land,
beroemd om de hoogste bergen van de wereld en de rijke cultuur. 's
Ochtends om 5 uur stond ik op om te trainen, bij het eerste
zonlicht. Als de 6000 meter hogere top van een berg op 30km afstand
door de wolken van het regenseizoen te zien is, glanst deze piek
oranje van het vroege ochtendgloren. Het eerste stukje van de duurloop
gaat richting de prachtig kleurende besneeuwde toppen. Een enkele hond
rent achter me aan en ik ontwijk een meisje dat water aan het halen
is. Een verdwaalde asceet kijkt me na terwijl ik de eerste klim
aanga. Als ik het stadje uit ben loop ik langs een meer dat er elke
dag anders uit ziet: de ene dag is het een grijze spiegel van de
laaghangende wolken, dan weer is het een schitterend glinsterend meer
tussen groene bergen die bekleed zijn met rijstvelden. Deze ochtend
draagt het alleen een eenzaam vissersbootje. Ondertussen zijn de
wolken weer als gordijnen voor de bergen getrokken en belooft het een
vochtige dag te worden. Na een half uurtje draai ik me om en loop
terug, terwijl de eerste druppels vallen. Dan ineens gaat het hard en
lijkt het water niet te stoppen. Als ik langs 'plens' bij de checkpost
van het leger, lachen een paar soldaten, maar met respect: in dit land
wordt sport erg bewonderd. 's Ochtends om 5 uur lopen veel mensen in
het stadion (de modderbaan om een grasveld waar langs een betonnen
tribune staat), terwijl er nog meer mensen rondom in het gras of op de
tribune zitten, gewoon toekijkend hoe andere mensen zich inspannen.
Een toeterende auto haalt mij uit mijn dagdromen over Nepal. Ik ben
hier in Nederland weer hard aan het trainen omdat het hier kan; hier
is het eigenlijk nooit echt te heet om te trainen, hier raak ik geen
liters zweet kwijt in een half uur...
Ondertussen kijk ik uit naar het NSK-Weg. Vorig jaar organiseerde ik
zelf de Olympisch Stadionloop, een jaar eerder heb ik samen met Thomas
een handtekening onder de statuten van Aquila gezet. Nu mag ik zelf
meelopen in de wedstrijd en lijkt Thomas, een van mijn beste vrienden,
voor mij onverslaanbaar. Houdt hij mij buiten de medailles of ren ik
straks een uitstekende wedstrijd? En er zijn al zo veel
inschrijvingen. Iedere student doet weer mee met een ander doel, of
het nu gaat om uitlopen, het verbeteren van een PR of het behalen van
een medaille. Het belooft in ieder geval een prachtige dag te worden.
Bij deze wens ik iedereen veel succes.
Thijs Feuth